Toezicht: ‘bezint eer ge begint’

Commissariaten (RvC / RvT) zijn momenteel hot. Ooit was het commissarisgilde een kleine besloten club. Lastig om tussen te komen. Inmiddels is deze groep, door de toegenomen transparantie, vernieuwde wetgeving, belang dat gehecht wordt aan toezicht, flink uitgedijd. En daarmee verworden tot een breed gekoesterde en eervolle bijbaan. Het maakt niet eens uit of het om een aansprekend bedrijf of om een ‘stichting van naam en faam’ gaat. De ‘what’ lijkt belangrijker dan de ‘why’. Dat zegt op zich al veel.

Ik denk ook dat dit nog verder aangewakkerd wordt door de schandalen rondom zelfverrijking, voedselfraude, sjoemeldiesels, ondeugdelijke jaarrekeningen, omkoping en bedrog van het bestuurderscollectief de afgelopen jaren. Er is, zonder twijfel, flink wat misgegaan. Tijd voor een frisse nieuwe wind: “dat kan toch zo niet langer” zullen velen denken.

Vanuit inhoudelijk perspectief is de populariteit voor een commissariaat eigenlijk best opmerkelijk. Het kost flink wat tijd, het gaat om complexe ingewikkelde materie, je draagt een grote verantwoordelijkheid. Vaak is het stank voor dank. Je kunt het lastig goed doen. En het risico op het oplopen van imagoschade of erger nog, een aansprakelijkheidsstelling moet ook zeker niet veronachtzaamd worden. Je belandt als succesvol politicus of bestuurder van het ene op het andere moment zomaar in het bakje ‘onbetrouwbaar sujet’. Lees de recente dagbladen er maar eens op na. “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard” zeggen ze weleens…..

Anderzijds is de populariteit voor een commissariaat natuurlijk heel begrijpelijk. Het (om niet) inzetten van de eigen expertise geeft immers iedereen energie. Wat is er zinvoller en leuker dan anderen te kunnen helpen door een zetje in de goede richting te kunnen geven. Dan komt een geluksgevoel boven. Een fijne en mooie gedachte. Wie wil dat niet.

Verschillende universiteiten en opleidingsinstellingen hebben dit ook gezien en spelen hier handig op in. Want inmiddels worden vele ’hoe-word-ik-commissaris’ cursussen aangeboden. Waarschijnlijk zijn de aangeboden opleidingen goede trainingen waarin de taken, rechten en plichten van de commissaris duidelijk, netjes en helder uiteengezet worden. Ook wordt waarschijnlijk het onderwerp bedrijfsethiek behandeld. En ook dat is nodig.

Desondanks blijft het houden van goed toezicht een vrijwel ondoenlijke opgave. Want je moet in staat zijn om het belang van de gehele onderneming te dienen. Dus van alle stakeholders: de maatschappij, de medewerkers, de omgeving, de klanten, de leveranciers. En dat niet alleen in het hier en nu, maar ook in de toekomst, over landsgrenzen, over technologieën, over culturen, over wetgeving, geldende normen en waarden heen. Daar is zonder twijfel een enorm breed blikveld voor nodig. Dat betekent dat je goed moet kunnen luisteren en open staan ten opzichte van alle zaken die relevant zijn. Vaak ook nog tegen de stroom in, scherp durven zijn. Tegelijkertijd wel in contact blijven met diezelfde directie. Laten we eerlijk zijn, niemand kan dat tegelijk. Nog niet eens een fractie daarvan is te overzien.

Maar het is erger, want van de belangrijkste taak van de commissaris: ‘het toezien op behoorlijk bestuur’, is niet eens een fatsoenlijke definitie te geven. Behoorlijkheid is namelijk niet te operationaliseren. Je kunt het alleen negatief formuleren: “dat wat niet behoorlijk, fatsoenlijk of eerlijk is.” Dat is altijd achteraf, nadat de gevolgen zichtbaar zijn.

Als het begrip behoorlijk nou constant zou zijn, was er niet zo’n probleem, maar het verandert steeds. Wat vroeger behoorlijk was is dat nu allang niet meer. Denk aan slavernij, kiesrecht voor vrouwen, of recenter ‘roken op de werkplek’. Door een veranderende omgeving, andere normen en waarden, zich ontwikkelende technologie, ontstaat een moving target. Vandaar ook de veel gehoorde term in rechtszaken over falend bestuur: “met de wetenschap van nu, hadden we toen anders moeten besluiten”. We lachen er dan vaak smalend om: “daar heb je er weer zo een”. Maar in feite hebben ze groot gelijk. Het kan ook alleen achteraf bepaald worden als de gevolgen zichtbaar zijn. Dat is een feit. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het altijd goed geweest is…

Hoe dan wel? Als niemand vooraf kan weten hoe het wel zit? De oplossing ligt een niveau dieper. Einstein zei al: “We can’t solve our problems with the same level of thinking that created them”. Hij had gelijk. Het gaat over inzicht, over zaken voorzien, compassie met de omgeving, ook op de diepere lagen van jezelf weten waar je drijfveren liggen. In het oude India kent men dit verschijnsel als ‘neti-neti’. Door zelfonderzoek (dus onderzoek in jezelf) moet eerst uitgezocht worden hoe het niet zit, voordat het inzicht kan doorbreken hoe het wel zit. Dit is een gradueel proces, waar meestal jaren van serieuze en zorgvuldige toewijding voor nodig zijn. Zeker in onze drukke westerse wereld komen slechts weinigen hier aan toe.

Het lijkt soft, maar is zeer duidelijk en concreet. “Je kunt het alleen pas zien, als je het doorhebt”, zei Cruyff ooit. Dat betekent dat het proces van benoemen van commissarissen naast geschiktheid op gebieden als intelligentie, kennis van de markt, visie, netwerk, competenties, ook moet bestaan uit een verdiepingsslag. In hoeverre is iemand in staat zaken te beoordelen los van zijn eigen patronen?

Door Wieke Janssen, schrijver en voormalig partner van Ebbinge.

Zie ook:

De Commissaris Nieuwe Stijl in het bedrijfsleven

De Toezichthouder Nieuwe Stijl in de Publieke Sector