‘Een gezonde organisatie wint aan leervermogen’

‘Van het maken van fouten, kun je leren’. Dat zal niemand ontkennen. Iedereen voelt namelijk uit eigen ervaring wel aan hoe dat werkt. Toch is het maken van fouten geen succesvolle strategie heden ten dage. Haast een taboe.

Op zich vreemd, want ervaring opdoen is een groot goed. Dingen die je vaak en met liefde doet, ontwikkel je sneller en beter. Denk aan het onderhandelen met een lastige klant of de omgang met die nukkige aandeelhouder. En nadien goed kijken hoe het ging. Kortom bij alles waarbij opgedane ervaring een onderscheidende factor is, kan je leren van je eigen situatie. Zoiets komt echt niet aanwaaien, is niet in een boekje te lezen, maar daar zijn domweg vlieguren voor nodig.

Maar het leren van fouten wordt niet aangemoedigd. Juist het vermijden van fouten wordt ons jong aangeleerd. En dat begint al op de lagere school. Welk figuurtje hoort niet in het rijtje thuis? Wat klopt niet aan deze tekening? Zoek de verschillen, en ga zo maar door. Allemaal favoriete didactische spelletjes op school. Vaak met tijdsdruk. Hoe sneller we de onjuistheid ontdekken, hoe beter. Onze hersenen worden zo van jongs af aan getraind om haarscherp in de gaten te houden wat fout en niet goed is.

En natuurlijk is een scherp opmerkingsvermogen nuttig. Voor kleine dingen als een wesp die flink kan prikken of een fietser die plots oversteekt. Maar ook om kardinale fouten op te kunnen sporen, zoals onwil, fraude en bedrog. Nuttig om dan snel en adequaat te kunnen reageren. Maar zie dat het draait om het perspectief. Slechts in bepaalde gevallen is dat nuttig.

Want juist als je wilt leren van fouten, is snel en adequaat reageren helemaal niet effectief. Daar is juist rust voor nodig. De film terugdraaien. Wat gebeurde er nou? Wat was mijn rol? Welke keuzes waren er? Waarom deed ik wat ik deed? Daar is lef, durf en kwetsbaarheid voor nodig. Daar gaat het helemaal niet om een vlotte classificatie van goed of fout. Het draait om eerlijk zijn naar jezelf. En zo leren kijken naar zaken, die wellicht moeilijk zijn, maar tegelijk onvermijdelijk op je pad komen. En een kans vormen. Je kunt ook beter spreken over kritische leerervaringen dan over fouten.

Het triviale daarbij is dat juist het vermijden of verbloemen van fouten vandaag de dag een zeer acceptabele en succesvolle strategie geworden is. Overal, denk aan de schandalen bij corporate bedrijven, of aan de presidentsverkiezingen in de VS. Het draait allang niet meer om de inhoud, laat staan daar iets van te leren, maar alleen om succesvol verdedigen. Dat is onze sociale code.

Ook in de reclame zie je dat terug. Jaloersmakend hoe die jonge goedlachse knul door die nieuwe hypotheek veel gelukkiger en succesvoller geworden is. De zon schijnt, opgeruimd gezin, alles zit mee. Dat is natuurlijk niet meer dan een plat toneelstukje. Poppenkast. Iedereen ziet dat ook wel. Maar toch. Het is een projectie van iets dat we ten diepste allemaal willen. Namelijk gelukkig en succesvol zijn. Dat associeert met woorden als onafhankelijkheid, intelligentie, vrijheid, ontspanning, winnen. Kennelijk appelleert dat aan een behoefte van ons allemaal. Niks mis mee. Zo werkt het. Maar het slaat wel door.

Want fouten maken past niet in dat plaatje. Fouten horen namelijk in ons hoofd in dat andere rijtje thuis. Met aangeleerde associaties als afhankelijk, dom, traag, beperkt, zwoegen en verliezen. Zo hebben we dat al van jongs af aan ingeprent gekregen. Niet de meest gemakkelijke uitgangssituatie.

We hebben zo een schild om ons heen gebouwd van schijnbare onschendbaarheid. Dat wordt bij elkaar gehouden door schaamte, door verwachtingen waarvan je denkt dat je die waar moet maken, of door marketing waar geen plek is voor twijfel of mislukking. Onbewust levert dat een gigantisch spanningsveld op. En juist in dat spanningsveld zitten we zelf gevangen. We kunnen dan niet meer vrij waarnemen, niet meer rustig kijken wat er is, maar schieten direct in oordelen, in interpretaties, in de schuldvraag. Dus in de verdediging. We zien daarmee een hoop over het hoofd. Een gemiste kans!

Zouden we dieper kijken, dan zien we dat we met dit gedrag voor onszelf een vluchtheuvel bouwen. Een plek met alleen eenzijdige voorspoed. Die veilig lijkt, maar geen oplossing kan leveren. We proberen de horizon te bereiken, maar zodra we een stapje naar voren doen, doet de horizon tegelijk een stapje naar achteren. Een ware tantaluskwelling.

Het draait er dus om beide zijden van het leven te leven. Zonder afweer. Dus open te staan voor het geheel, zowel de positieve als de negatieve ervaringen. Het linker en het rechterrijtje. Om zo dingen te kunnen zien zoals ze zijn. Hoe pijnlijk soms ook. Geeft niks. We moeten leren daar op een goede manier mee om te gaan zonder tweestrijd in jezelf. Dat is werkelijk leren. Wie alleen het ene wil zien en najagen, en zich zo geheel afsluit voor het andere, gaat vroeg of laat onherroepelijk de mist in. Niet voor niets is het aantal burn-outs hoger dan ooit.

Laten we proberen te durven wat daarvoor nodig is. Namelijk onszelf recht in de ogen te kijken. En dus ook die stevige alles dominerende sociale code doorbreken. Zo kunnen we van onze eigen ‘kritische’ leerervaringen leren. Dan kunnen we echt ontdekken hoe het zit. Zou je daar iets meer aandacht aan geven en er met iets meer geduld en liefde naar kunnen kijken, dan zou je zien dat iedereen hetzelfde is. En met hetzelfde kampt. En alleen maar in een andere fase zit van spanning. Het is zoals het is. Dus niet beter of slechter, slechts anders. Dat inzien zorgt voor verbinding, voor compassie. Dat zou echt veel beter passen bij een modern mens, een modern bedrijf en dus bij een moderne samenleving.

Door Wieke Janssen, schrijver en voormalig partner van Ebbinge.