‘Gemis aan samenhang vraagt om nieuw leiderschap’

De toenemende individualisering en de oneindige keuzevrijheid hebben ons veel gebracht maar maken ons ook verwend en gemakzuchtig. Iedereen kiest wat hem het beste uitkomt. Het vermogen om dingen samen op te lossen is naar de achtergrond verdwenen. Zou dat ook anders kunnen? En wat vraagt dat van leiders?

De afgelopen decennia zijn vooral in het Westen mensen meer als individu dan als groep in de samenleving komen te staan. Eén van de oorzaken is de toegenomen industrialisering, met een ongekende welvaartsgroei tot gevolg. Mensen zijn rijker, vrijer, minder afhankelijk en zekerder van zichzelf geworden. Het merendeel van ons heeft toegang tot alles en iedereen.

Ook onze keuzevrijheid is enorm gegroeid. Dat is in een moderne Albert Heijn goed te zien. Je kunt voor iets simpels als een ‘pak vla’ kiezen uit vele merken, smaken, kleuren, verpakkingen, groottes, mate van duurzaamheid, prijsranges. Je kunt het zo gek niet bedenken. Je vraagt je haast af wanneer er een speciale tandpasta voor ’s morgens en één voor ‘s avonds komt. De zuurgraad in je mond is immers anders als je slaapt. Je denkt nu mogelijk: ‘ja goed idee, waarom is dat er eigenlijk niet?’ En zo worden steeds nieuwe behoeftes gecreëerd.

Dit is prima. Want we zouden nooit terug willen naar vroeger. Toen er dagelijks gebrek was aan zelfs de meest primaire levensbehoeften. Mensen moesten elke dag letterlijk vechten voor eten, drinken, een dak boven hun hoofd. En dus leven in een constante angst over de dag van morgen. We kunnen ons dat in Nederland nu nauwelijks nog voorstellen. Toch is het niet zo lang geleden. We hebben het in die zin nu extreem goed hier. De industrialisatie heeft ons heel veel gebracht.

Maar we zijn er door deze luxe ook aan gewend geraakt dat al onze behoeftes direct vervuld worden. We hebben de technische mogelijkheden en het geld, dus waarom niet? En zo zijn we onze samenleving gaan inrichten, organiseren en besturen. Echter ‘maathouden’ is wel flink naar de achtergrond verdwenen. Want het subtiele gevoel ‘het-is-nu-wel-een-keer-genoeg’ of ‘ik-moet-even-op-mijn-beurt-wachten’ of ‘wat-zou-de-ander-ervan-vinden?’ kennen we niet zo goed meer.

Daarmee is de sociale samenhang zoek. Iedereen doet waar hij zin in heeft en wat hem op dat moment goed uitkomt. Het eigen belang is voor alles leidend: what’s in it for me? Want aan wie zou je je moeten verantwoorden in een individualistisch georiënteerde maatschappij?

Toch is dat zonde, want daarmee is het vermogen om dingen - die even niet zo lekker lopen - samen op te lossen naar de achtergrond verdwenen. De noodzaak even na te denken, je aan te passen, ergens even niks van te vinden, flexibel te zijn, zelf een oplossing te zoeken, is er niet meer. Gemak dient immers de mens. Je kunt je immers makkelijk omdraaien als iets je even niet uitkomt. Niets of niemand houdt je tegen. Keuze genoeg. Waarom moeilijk doen, als het ook makkelijk kan?

Toch is het antwoord eenvoudig: niemand wordt gelukkig als eenvoudig al zijn behoeften worden vervuld. Je wordt er lui, gemakzuchtig, zelfs onhebbelijk van. En als je eerlijk bent: is het eigenlijk helemaal niet fijn om je meteen om te draaien en weg te lopen als het je even niet zint. Dan ben je uit verbinding. Het is wel het gemakkelijkste, het lijkt plezierig, maar het wringt ook ergens. Dat voelen we allemaal.

Want in de basis willen we verbonden zijn met onze omgeving. Onze zintuigen zijn allemaal naar buiten gericht, om contact te maken, om te ervaren, om te leren, om waar te nemen. We zijn erop gebouwd om te zenden en te ontvangen. Om te interacteren met elkaar. We zijn sociale bewegelijke wezens, geen solitaire boom op de hei. Wij kunnen onszelf dus niet losmaken van het geheel. Wel voor eventjes, maar niet definitief. Want we horen nieuwsgierig te zijn, we kunnen niet anders dan ontdekken. Niet om te behouden hoe het was, maar om te kijken hoe het zit.

Wat zou de les kunnen zijn voor leiders? Binnen de politiek, ondernemingen of bijvoorbeeld een onderwijsinstelling?

Want ook daar zie je afzondering, afzetten tegen, gebrek aan samen. Terwijl eveneens zij acteren in een groter geheel, met medewerkers, met klanten, met leveranciers, met de omgeving. Ook daar is verwondering nodig. Dus werkelijk open staan. In interactie zijn met de eigen omgeving.

Maar dat hebben we al jaren niet gedaan. Want de politiek of bedrijven of zelfs afdelingen binnen organisaties denken zichzelf constant als losstaand systeem. Dus het is niet vreemd dat mensen ontevreden zijn. Niet over het product of over de wetten of over het onderwijs, maar over het feit dat ze niet verbonden zijn. Of zo je wilt, dat ze zich geen ‘onderdeel van’ voelen. Ze staan letterlijk alleen. Daarom gedragen zij zich ook als die spreekwoordelijke boom op de hei.

De gevolgen worden pijnlijk duidelijk: want als je als organisatie niet in staat bent te verbinden, krijg je vanzelf ontevreden klanten, burgers, patiënten, leveranciers en medewerkers. Daar is geen kruid tegen gewassen. Je kunt blijven proberen, het lukt je toch niet.

Het moet namelijk echt anders. Niet langs de as van arbeidsvoorwaarden, bonussen, flexibele schillen. Dat leidt slechts tot een calculerende medewerker. Ook niet langs de as van de klant telkens proberen tevreden te stellen door snel aan al zijn wensen te voldoen. Dat leidt slechts tot een verknipte korte termijnrelatie. Of langs de as van duurzaamheid, of noem maar op. Allemaal opgebouwde façades, die verhullen waar het werkelijk om draait.

We moeten ons aanpassen aan de werkelijkheid. Dus aanpassen aan dat wat werkt, dat is namelijk de werkelijkheid. Daarvoor is het hervinden van de sociale samenhang binnen en buiten de eigen afdeling, bedrijf of instelling, de enige oplossing.

Want waar gaat het om? Om echt in gesprek te durven gaan. Zonder angst, in openheid. Zonder grenzen en vooroordelen, uitzoeken wat er speelt. En daarop acteren. Zonder agressie. Zonder arrogantie. Elkaar aanmoedigen om zelf te gaan ontdekken. Met open blik. Het gaat om de echte dialoog, om de echte verbinding. Mensen willen in sociale cohesie leven. Dat is wat we zo missen. We zijn groepsdieren. We zoeken verbinding niet op één enkele doelstelling zoals winst, klanttevredenheid of medewerkerstevredenheid, maar verbinding met de kern, met het geheel.

Moderne leiders kunnen deze paradox overbruggen en zo de verloren gegane verbinding weer herstellen. Dat gaat tijd kosten. Want dit vraagt echt wel iets. Laten we die leiders gaan steunen want het is makkelijker om af te breken dan op te bouwen. Ze hebben ons nodig!

Door Wieke Janssen, schrijver en voormalig partner van Ebbinge.