De kracht van een ‘verbonden’ directieteam

Nederland heeft een lastige tijd achter de rug. In bijna alle sectoren heeft de economische tegenwind flink huisgehouden. Het gaat nu gelukkig weer beter. Investeringen nemen toe en het consumentenvertrouwen stijgt. Opvallend is dat mensen weer vriendelijk tegen elkaar doen op straat. Mooie signalen.

Maar eigenlijk is het best raar dat onze welvarende en goed georganiseerde economie zo instabiel is gebleken de afgelopen jaren. Want hoe kan het toch dat er ineens collectieve paniek ontstond die de aandelenbeurs meesleurde, massaal bedrijven failliet liet gaan, die vele mensen hun baan kostte? Dat wil toch niemand?

Volgens CBS cijfers bestond de crisis sinds 2009 uit slechts een paar kwartalen economische krimp van een paar procent. En in het jaar erna werd deze krimp meteen weer volledig door groei gecompenseerd. De jaren daarna was er afwisselend sprake van lichte groei of krimp van hooguit enkele tienden van een procent. Het BBP bleef praktisch gelijk over het gehele tijdvak. In dit kader mag je gerust stellen dat Nederland dus min of meer even rijk bleef. Niks aan de hand, zou je toch denken?

En je mag hopen dat bij het ontwerp van een brug er wel rekening gehouden is met een variatie van een paar procent. Wie zou er anders nog de Eiffeltoren beklimmen of in een vliegtuig stappen? We nemen aan dat het goed zit. We moeten wel, anders zou je ook geen leven hebben.

Het vermogen onverwachte klappen op te vangen zegt alles over de gezondheid van een systeem, niet de geringe mate van volatiliteit. Cijfers uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Toch is ons economisch denken en dus de bedrijven die daarbinnen opereren wel zo geprogrammeerd. Alles moet meetbaar en herleidbaar zijn tot in elk detail. We isoleren zo deelsystemen en knippen de boel op. Het grote verband wordt zo over het hoofd gezien.

Het zou goed zijn om anders te kijken. Want wat zou het mooi zijn als we ook oog zouden houden voor zaken die wat lastiger in geld uitgedrukt kunnen worden. Zoals bijvoorbeeld welzijn, natuur, cultuur, gezondheid. Zodat die bij tegenslag niet als eerste van tafel vallen. Want uit vele wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat diversiteit leidt tot een grotere veerkracht en weerbaarheid van een systeem (bijvoorbeeld de natuur, de samenleving of de economie). Dat is het vermogen tot aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid.

En wat zou het mooi zijn als we de termijn waarop we besluiten nemen gaan verlengen. Zo kijkt niemand vreemd op dat er fors geknepen wordt in het onderwijs, in de kinderopvang of in ontwikkelingshulp als het tegen zit. Ook werd lange tijd nauwelijks geïnvesteerd in mensen, machines, processen of kwaliteit. Want het geld was op. Je moet keuzes maken. En dat gaat altijd ten koste van. Kiezen om de kip met de gouden eieren te slachten, is niet verstandig. Want wie tijdens een spelletje Monopoly genoodzaakt is om huizen te verkopen ten behoeve van korte termijn cash, weet bij voorbaat dat je vroeg of laat het spel zult gaan verliezen. Dat moet je voor zijn.

En wat zou het mooi zijn als we kunnen blijven ervaren dat we (onderdeel van) een groter geheel zijn. En op z’n minst rekening moeten houden met anderen in de keten. Alleen al omdat er (soms onzichtbare) complexe relaties zijn tussen mensen, afdelingen, bedrijven, markten, landen. Bij tegenwind wordt de focus op het eigen economisch belang gelegd. Maar wie zichzelf los denkt van het geheel, is als een vis in een glazen kom constant op zoek naar de oceaan. Solitair, beperkt en niet in staat contact met de omgeving te maken. En dus in feite verschrikkelijk lethargisch. Je kunt dan niet anders dan problemen buiten jezelf plaatsen.

Het is interessant je af te vragen welke betekenis deze macro economische bespiegelingen hebben voor organisaties, teams en mensen? Wat kunnen deze ervan leren? Wat kan anders?

Allereerst heeft een organisatie een directie nodig die verbonden is met de omgeving. Dus zich bewust is van de relatie die er bestaat tussen de diverse stakeholders en de organisatie zelf. Zoals leveranciers, klanten, (toekomstig) medewerkers, de maatschappij, aandeelhouders. Het directieteam besteedt hier zelf actief aandacht aan. Luistert. Begrijpt wat er daar speelt. Weet wat belangrijk is. En neemt dat mee in de eigen besluitvorming. Niet om daar misbruik van te maken, of politiek voordeel mee te behalen, maar om rekening mee te houden. Dat betekent niet afhankelijk, maar onderling verbonden. Partijen hebben elkaar nodig. Er is niet één winnaar. Niet ten koste van, maar samen met. Dat is zaken doen.

Daarnaast heeft een gezonde organisaties een directie nodig die verbonden is met de onderneming zelf. En zich verantwoordelijk voelt voor het geheel. Dus met het eigen team en met alle mensen die er werken. Dat betekent het delen van waarden. Met elkaar in gesprek zijn. Niet alleen over het werk, maar juist ook over andere zaken: de drijfveren, de energiebalans, de voor- en afkeuren, de talenten, de ambities, het thuisfront. En daar ook op durft te sturen. Niet dat het hierdoor een softe bedoeling wordt, juist niet. Want als je het werkelijke gesprek aangaat met elkaar op transparante wijze, dan gaan zaken open en als vanzelf. En als het niet meer gaat, dan is het ook goed. Want er is begrip voor elkaars standpunt.

Misschien is wel het belangrijkste dat een gezonde organisatie een directie heeft die verbonden is met zichzelf. Dat is geen voornemen, maar dat is een intensief leerpad. Dat kost tijd en ruimte. Daar is moed voor nodig. Als dat gerealiseerd kan worden, dan komt er een ongekende potentie en kracht vrij. Dat betekent dat een directeur weet wie hij ten diepste is. En zich bewust is van het geheel, dus binnen en buiten zichzelf. Die dingen loslaat, vertrouwt op eigen inzichten en ervaringen. Het grotere verband laat zien aan anderen. En verantwoordelijkheden deelt. Iemand die helder en duidelijk is. Fouten herkent en erkent, niet om schuldigen aan te wijzen, maar om een cultuur te creëren om te kunnen verbeteren. Die ook de lastige en moeilijke keuzes maakt en daarbij alle belangen goed afweegt. En dus niet iemand die de kool en de geit spaart, maar leiderschap laat zien, omdat hij weet waar hij voor staat. Zonder politiek gekonkel.

Een ‘verbonden directie’ straalt af op de onderneming, op de stakeholders, op de gehele maatschappij. Energiek en gezond op alle niveaus. Met het rotsvaste weten dat op het moment dat het nodig is, de juiste dingen gedaan worden om de nieuwe klappen op te kunnen vangen.

Geschreven door Wieke Janssen, schrijver en voormalig partner van Ebbinge.