
Eric Schut, ceo van voedselfabrikant Ojah en commissaris: ‘Los allemaal een stukje van het wereldprobleem op’
Ebbinge stelt leiders van vandaag en morgen de vragen die er echt toe doen. Deze keer: Eric Schut, ceo van voedselfabrikant Ojah en commissaris.
Wat is je lastigste ondernemersdilemma?
Snelheid versus zorgvuldigheid. Alle jobs die ik heb gedaan, hadden een zekere urgentie; pas dan word je erbij gehaald. Maar zorgvuldigheid is ook belangrijk. Ervoor zorgen dat je bij de waarden blijft van je bedrijf en bij je mensen. In een van mijn eerste rollen als ceo presenteerde ik een plan. Er moesten investeringen worden gedaan. Ik weet nog goed dat een van de aandeelhouders toen zei: joh, dus je wilt dat ik nu mijn creditcard trek? Een typische reactie voor een aandeelhouder; van dat geld kon hij ook een mooi huis kopen, of een schip. Toen realiseerde ik me dat ik te snel was gegaan en dat het om echt geld gaat. Als je mensen beter meeneemt in het proces, zullen ze nooit vragen of ze hun creditcard moeten trekken. Dan begrijpen ze waarom er een nieuwe machine moet komen, of komen ze daar zelf mee. Dus ik probeer altijd heel goed uit te leggen waarom we iets doen.
Wat is het wat jullie hier doen?
We maken plantaardige kip, van twee ingrediënten: soja en water. En die kip is zo lekker dat je niet in de gaten hebt dat er geen dier aan te pas is gekomen.
Ik had nog nooit van Ojah gehoord.
Dat kan kloppen. Wij leveren vooral aan private labels. Ons merk is ongeveer tegelijk begonnen met De vegetarische slager. Een van zijn eerste producten was vegetarische kip, en die kwam hier vandaan. Ojah heeft aan de wieg gestaan van een nieuwe fase van vleesvervangers. Onze achtergrond zit in de technologie, in de innovatie; wij richten ons op het maken van vegetarische kip. Een merk bouwen is een heel andere tak van sport.
Zet het vervangen van kip door vegetarisch vlees de meeste zoden aan de dijk? Is rundvlees niet veel vervuilender?
Ik denk dat het erom gaat dat we allemaal moeten verduurzamen. Dat kun je op veel manieren doen: door met het openbaar vervoer te reizen, een elektrische auto te kopen, door anders te consumeren. En voor één van die onderwerpen hebben wij een oplossing gevonden. Lossen we daarmee het wereldprobleem op? Nee. Maar wel een stukje. En dat vind ik belangrijk: dat wij als leiders, als managers, als consumenten allemaal een deel van het probleem oplossen. We denken dat vlees eten een verworvenheid is, en dat ons iets wordt afgepakt als dat niet meer kan. Ik denk dat het erom gaat dat wij laten zien dat ook een plantaardig product lekker en gezond kan zijn.

Waar lig je van wakker?
De beschikbaarheid van voeding over de wereld. Het doet me pijn te zien dat voeding niet voor iedereen beschikbaar is, en ik vind het al helemaal schrijnend als honger wordt ingezet als politiek drukmiddel. En ik kan ook wakker liggen van de wereldmarkt. Tot corona dacht ik altijd: die voedingsmarkt, die kabbelt wel door. Maar corona veranderde alles. Grondstoffen waren niet meer beschikbaar, havens waren dicht, de mensen in de fabrieken waren ziek. De hele keten was op hol. Ik lig daar nog steeds wakker van, want die crisis werd gevolgd door oorlogen. In Oekraïne, het Midden-Oosten. En nu zitten we in een situatie dat president Trump met één tweet de hele economie op zijn kop kan zetten.
Ligt de bedrijfstak van vegetarisch vlees onder vuur?
Je ziet dat er nu leiders aan de macht zijn die dat ‘anti-woke’-sentiment in zich hebben. Dat stimuleert niet direct het duurzame leven. Maar dat is iets tijdelijks; die ups and downs horen bij een markt die nog in ontwikkeling is. Bij elektrische auto’s zag je dat ook. Uiteindelijk weten we dat we ons duurzamer zullen moeten verplaatsen. En we zullen ook duurzamer moeten consumeren. Die beweging blijft erin. Ik zie dat aan mijn kinderen: mijn dochter moet voor haar studie bij elke opdracht de CO2-impact berekenen. Wij zijn daar pas een paar jaar mee bezig, maar zij vindt dat doodnormaal. Mijn kinderen hebben geen moeite met vegetarisch eten of met kleding op Vinted kopen. Zij groeien ermee op.
Wat was je eerste baantje?
Afwasser, in een restaurant in Naarden-Vesting. Daar heb ik geleerd wat hard werken is en wat geld betekent. En daar is mijn liefde voor voeding ontstaan. Ik stond in de ene hoek van de keuken af te wassen, in de andere hoek stonden de koks. Tijdens kerst werd ik opeens gebeld: hey Eric, met je grote mond dat je het allemaal wel kan, de hulpkok is ziek, kom maar hiernaartoe! Dus toen ben ik in de keuken beland. Ik werd geraakt door de kwaliteit, en door de passie van die mannen en vrouwen die met een paar ingrediënten iets moois wisten te maken. Uiteindelijk draait het allemaal om kwaliteit. En die passie heeft me nooit meer losgelaten.
Wat is het beste advies over leiderschap dat je ooit hebt gekregen?
Het gaat niet over weten, het gaat over mogelijk maken. Dit zei een van de ceo’s van Friesland Campina tegen mij, toen ik daar werkte. Dat vond ik mooi. Ik zie het ook bij Ojah: er zijn hier veel mensen die weten hoe ze de machines moeten bedienen en hoe ze naar klanten moeten gaan. Mijn rol is om dat mogelijk te maken en mensen aan elkaar te verbinden, zodat zij kunnen groeien.
Hoe doe je dat?
Dat heb ik dan weer van mijn moeder geleerd. Zij was altijd heel geïnteresseerd in mensen, had een groot hart. Zij bood ruimte voor iedereen, en heeft me geleerd te luisteren naar wat mensen echt willen zeggen.
Wat doe je als jouw koers botst met die van anderen?
Daar wil ik niet komen. Dan krijg je zo’n moment als toen die aandeelhouder tegen me zei: ik kan van dat geld ook een boot kopen. Dan heb ik niet goed uitgelegd wat we doen. Als ik een maatregel opleg, bijvoorbeeld dat we minder afval moeten produceren, zullen mensen die maatregel echt wel een tijdje volgen. Maar als ik uitleg dat ons bedrijf draait om duurzaamheid en dat we op de kosten moeten letten, krijgen mensen een eigen motivatie om afval terug te dringen. Dan kom je veel verder.
Welke carrrière heb je nooit gehad?
In de schoenen! Mijn vader werkte in het familiebedrijf: Schut Schoenen, dat later Schoenmarkt werd. Toen ik halverwege de twintig was, belde hij me op. Dat deed hij nooit, mijn moeder belde altijd, en hij zei: ik heb het bedrijf verkocht. Dat vond ik wel een dingetje. Pap, vroeg ik later, waarom heb je dat gedaan? Toen zei hij: ik heb als leider de verantwoordelijkheid mijn mensen een toekomst te geven. Daarnaast vond hij dat wij, mijn broer en zus en ik, onze toekomst zelf moesten inkleuren. Die kans had hij niet gehad. En hij zei: als jullie de kwaliteiten hebben om een bedrijf van deze omvang over te nemen, dan kunnen jullie dat ook zonder mij.
Wat heb je hiervan geleerd?
Allereerst: blijf communiceren, blijf open. Ik heb niet gevloekt, maar ik heb wel altijd vragen gehad. En tegelijk had mijn vader het wel bij het rechte eind. Hij zag dat mijn passie niet bij schoenen lag, maar bij voeding.
Vinden mensen jou weleens een rebel of een onruststoker?
Bij Friesland Campina ben ik weleens streetwise genoemd, en ik denk dat dat klopt. Ik weet wat er speelt bij klanten, bij mensen. Ik ben opgegroeid in een ondernemersgezin, we hebben altijd moeten werken voor ons geld. Waar ik ook gewerkt heb, ik heb altijd de klussen gekregen waarvoor je de mouwen moest opstropen. En dat merk ik ook hier. Ik werk aan strategie, grote plannen en investeringen. Tegelijk heb je de operatie. Als de kipmachine het niet doet, of als de klant de kip niet lekker vindt, reken dan maar dat Eric op de werkvloer staat om te kijken wat we moeten doen.
Geschreven door: Vera Spaans