Skip to content
IMG 6508 web

Jonathan Schagen, interim-directeur en oud-ceo van de Schagen Groep: ‘Het emotionele losmaakproces is al begonnen’

Ebbinge stelt leiders van vandaag en morgen de vragen die er echt toe doen. Deze keer: Jonathan Schagen, interim-directeur en oud-ceo van de Schagen Groep.

Hoe leg je aan een kind uit wat je doet?
Papa praat veel, de hele dag, en hij lost problemen op. Dat was, toen mijn jongens klein waren, de korte uitleg. Er is altijd wel iets gaande in een bouwbedrijf, en op een gegeven moment komt dat dan op mijn bordje terecht. Vaak gaat het om miscommunicatie: frictie die ontstaat doordat mensen verschillende beelden hebben van wat er gedaan moet worden. Meestal is het dan een kwestie van teruggaan naar de afspraken, en die hebben we gelukkig zodanig op papier gezet dat er weinig ruimte is voor interpretatie. Dan moeten die beelden alleen nog op één lijn worden gebracht, en daar komt het aan op het menselijke aspect.

Dan komt het goed uit dat jij psychologie hebt gestudeerd.

In mijn sector ben ik nog niemand met die achtergrond tegengekomen. De meesten hebben een bouwkundige of technische achtergrond, of een opleiding om een bedrijf te leiden. Psychologie leek me interessant, ik was helemaal niet voorbestemd voor het familiebedrijf. Dat was niet mijn ambitie.

Ligt het in een familiebedrijf niet altijd voor de hand dat je een rol krijgt?

In de tijd dat ik mijn studie koos, waren mijn vader en mijn oom nog directeur van de onderneming. Toen mijn vader me op mijn vijftiende, zestiende vroeg of hij een plekje in het bedrijf voor me vrij moest houden, zei ik: dat moet je me nu niet vragen. Ik wilde mijn eigen pad verkennen. Maar toen ontstond de bijzondere situatie dat mijn oom een burn-out kreeg en zich liet uitkopen door mijn vader. Mijn vader was in de vijftig, ik zat tegen het einde van mijn studie. Inmiddels wist ik dat ik geen psycholoog wilde worden. Waarom koop je nou voorbij je vijftigste nog een half bedrijf op, vroeg ik mijn vader aan de keukentafel. En jij dan, antwoordde hij, met je studie psychologie terwijl je geen psycholoog wilt worden? Toen zijn we samen het idee gaan verkennen om verder te gaan.

Ik ben een jaar naar Zuid-Amerika gegaan om te leren wat ondernemerschap was. Een neef van ons had een bedrijf in Paraguay dat in zwaar weer verkeerde. Uiteindelijk werd het een casus van een faillissement en een doorstart, die ik in goede banen heb weten te leiden. Ik heb een gecontroleerd faillissement uitgevoerd, afspraken gemaakt met de bank, de leveranciers, schuldeisers en het bedrijf zelf. Mijn neef was blij dat ik er was, hij kwam er zelf niet meer uit – en inmiddels is het bedrijf onderdeel van de Schagen Groep.

Wat is het beste advies over leiderschap dat je ooit hebt gekregen?

Wees altijd vriendelijk, maar niet per se aardig. Vriendelijkheid betekent correct, open en benaderbaar zijn. Wie aardig is gaat mensen pleasen en riskeert het belang waar hij of zij voor staat uit het oog te verliezen. Dat advies kreeg ik van Leo Hoff, mijn mentor in de eerste jaren dat ik terug was uit Zuid-Amerika. Leo en ik spraken elkaar eens in de paar weken. Hij moest me helpen om versneld mijn plek te vinden in de onderneming. Ik kon niet onderaan beginnen, op de bouwplaats, en dan maar kijken hoever ik kwam. En ik was weliswaar geen enorme pleaser, maar wel gevoelig. Leo zag me daarmee worstelen. Ik merkte dat ik op de plek waar ik terechtkwam nog wat gewicht miste tussen alle ervaren mannen met sterke karakters. Vooral mannen, helaas – we zouden graag meer vrouwen op prominente plekken willen.

Wat is je lastigste ondernemersdilemma?

Hoe vind je genoeg personeel om je groeiambities te verwezenlijken? De arbeidsmarkt is een drama, niet alleen in onze sector, en we willen geen bedrijven kopen om te groeien. Je kunt je bedrijfscultuur niet bewaren en bewaken als je andere bedrijven aankoopt en vervolgens probeert culturen te integreren. Maar ervaren mensen vind je nauwelijks meer, de enige manier waarop wij kunnen groeien is door jonge mensen aan te nemen, direct als ze van de opleidingen af zijn. We selecteren ze voor door veel stages en afstudeerplekken te bieden. Zo krijgen we een goed beeld van het talent van die studenten en of ze bij ons passen.

IMG 6510 liggend web

Wat was je eerste baantje?
Bij de afwas, in een restaurantje in Zwolle. Ik wilde een baantje in het familiebedrijf, maar mijn moeder vond me te jong. Toen ik zeventien was, kon dat wel. Toen ging ik een zomer mee met de afdeling Special Products, met een ploegje mannen naar Duitsland om slijtlagen aan te brengen op het asfalt. Op maandagochtend om vier uur reden we naar het Roergebied, vrijdagavond kwamen we weer thuis. De hele week zat ik in een motel met allemaal rouwdouwers uit Oost-Nederland. Schnitzels eten, bier drinken, sjekkies roken en klaverjassen. Daar heb ik kameraadschap geleerd. Hoe zo’n ploeg mannen met elkaar omging, maar ook met mij, want als zoontje van de baas werd ik wel getest. Ik moest de vieze klusjes opknappen. Maar gelukkig kon ik goed klaverjassen, dat scheelde.

Wat is je grote droom?

We bestaan nu 75 jaar, en ik droom dat ik over 25 jaar het honderdjarig jubileum mag meemaken. Dat ik dan nog leef, natuurlijk, ik ben nu vijftig, maar vooral: dat het dan nog het familiebedrijf is. Niet dat ik verwacht dat mijn kinderen als vanzelfsprekend in het bedrijf komen werken. Ik ben sinds deze zomer geen algemeen directeur meer, dat heb ik overgedragen, en dat heeft alles te maken met de erfelijke verwachting die er is. Ik heb altijd tegen mijn kinderen gezegd dat ze hun eigen weg moeten vinden. Mijn oudste zoon is negentien, die is nu net begonnen aan een opleiding commerciële economie. Als hij over vier jaar klaar is, ben ik 55. Wanneer hij zonder ervaring in het bedrijfsleven bij ons binnen zou komen, zouden we zo’n zelfde traject af moeten spreken als destijds bij mij is gebeurd. Dan hebben we, tot mijn pensioen, zo’n tien jaar de tijd, en dan komt zijn broertje er ook nog eens achteraan. Het zijn beiden leuke, slimme gasten, maar met maar tien jaar de tijd zie ik dat niet zitten. Het moet dan ook nog eens helemaal lukken, ik moet daarna met vertrouwen kunnen loslaten. Daarom heb ik nu gezorgd dat de onderneming in veilig vaarwater is. Er zijn wel 525 medewerkers en hun gezinnen afhankelijk van het succes van Schagen.

Wat doe je dan nu?

Ik ben nu interim-bestuurder, tot het eind van het jaar, en daarna verhuis ik naar de raad van commissarissen. Ik blijf eigenaar van het bedrijf, een heel betrokken aandeelhouder en toezichthouder. Maar ik wil geen operationele verantwoordelijkheid meer dragen. En wat mijn kinderen betreft: als ze hier willen komen werken, zijn ze van harte welkom. Ze kunnen zich binnen het bedrijf ontwikkelen en bewijzen, en waar ze terechtkomen is niet zo relevant. Vinden ze het leuk op de werkvoorbereiding of op de laadschop buiten? Ik vind het allemaal prima. En op een dag worden ze sowieso eigenaar van het bedrijf. Voor die verantwoordelijkheid zal ik ze opleiden en coachen.

Wanneer voelde je je schuldig?

Er zijn veel veranderingen gaande, vanwege mijn opvolging en vanwege de groei en ontwikkeling van het bedrijf. Sommige collega's hebben lang vastgezeten in één manier van werken. Die hebben het nu zwaar met de veranderingen. Daar kan ik me schuldig over voelen. Hebben wij hen wel voldoende geprikkeld en geactiveerd?

Hoe ben je veranderd in de afgelopen tien jaar?

Ik ben eindelijk een beetje volwassen geworden. Tegen wil en dank ben ik meegegaan in de professionalisatie van het bedrijf, maar ik ben ook volwassen geworden als echtgenoot, als vader, als lid van het gezin. In het begin van mijn loopbaan was mijn werk meer operationeel, later veranderde mijn rol naar meer strategisch en heb ik me beziggehouden met de groei van ons bedrijf en onze positionering in de markt. Mijn blikveld is breder geworden, ik heb meer overzicht en meer vertrouwen. In het verleden kon ik me nog wel verliezen in details of in de waan van de dag.

Wat wil je nog leren?

Wie of wat ik nog mag zijn in dit leven. Eigenlijk ga ik zometeen met pensioen. Als toezichthouder heb ik straks zes vergaderingen per jaar; wanneer ik dit traject als interim-bestuurder heb afgerond, ontstaat heel veel ruimte. Ik kan straks ergens anders impact maken, maar hoe ik dat ga doen, dat weet ik nog niet. Het emotionele losmaakproces is wel al begonnen. Mijn werkkamer is al ingepikt, en dan ook meteen zoals dat gaat in een bouwbedrijf: plafond eruit, wanden eruit, nieuwe vloerbedekking. Niks refereert meer aan dat ik, en mijn vader en mijn opa daar hebben gezeten. Dat was pijnlijk, maar ik moest er ook wel hard om lachen. Het is typisch hoe dat gaat bij ons.