Drie digitale invalshoeken voor toezichthouders in de zorg

‘Digitalisering’ belooft de zorg betaalbaarder en beter te maken. Maar hoe? Het onderwerp komt nog te weinig terug op de bestuurlijke agenda; het ‘digitale DNA’ is nog beperkt. Los dit op door een ‘digitale’ lens aan te brengen en voer zo zelf de regie over de digitale transformatie van de organisatie.

opinie

Uit eerder onderzoek bleek dat in alle onderdelen van de zorg – van academische ziekenhuizen, jeugdzorg, ggz, ouderenzorg tot maatschappelijke opvang – slechts 18 procent van de raden van toezicht digitale expertise in de gelederen heeft. Terwijl de digitale transformatie inmiddels direct of indirect vrijwel elk agendaonderwerp raakt. Zonder digitale lens is het lastig kansen en risico’s op dit vlak te herkennen. Wij onderscheiden drie essentiële bouwstenen van die digitale lens: werken in netwerken, de identiteit van de organisatie en de impact van data.

Netwerk van professionals
Succesvolle digitale transformatie verandert niet alleen de manier waarop, maar ook de keten waarin gewerkt wordt. Soms is er win-win op kleine schaal: als een fabriek inzicht geeft in de geplande productie kunnen leveranciers daarop anticiperen. Maar veranderingen kunnen ook groter zijn: vliegmaatschappijen hoeven bijvoorbeeld niet langer zelf eigenaar te zijn van de vliegtuigmotoren maar kunnen power by the hour inkopen bij Rolls Royce.

In de zorg bleek het hebben van een netwerk zeer waardevol bij de start van de coronacrisis. Doordat de benodigde mensen elkaar al kenden en processen al afgestemd waren, werden crisis-acties sneller gestart. Dit hielp bijvoorbeeld bij de overdracht van patiënten tussen ziekenhuizen en vvt.

Deze netwerken van professionals geven een voorsprong in de digitale transformatie: afspraken over data-uitwisseling en het laten aansluiten van processen loont. En gelukkig is de manier waarop we netwerken tegenwoordig digitaal goed te organiseren.

De digitale lens is niet meer (uitsluitend) op de organisatie zelf gericht, maar heeft de keten als gezichtsveld. Niet alleen de bekende keten, van bijvoorbeeld de eerste lijn, vvt en ziekenhuis, maar juist ook de ‘onbekende’ keten, zoals leveranciers, e-healthaanbieders en zorgverzekeraars. Het netwerk om de patiënt of cliënt staat centraal.

Identiteit van de organisatie
Medewerkers identificeren zich vaak met de plek waar ze werken, zoals het ziekenhuis of de zorginstelling. Maar als ziekenhuismedewerkers het ziekenhuis zien als het gebouw waarbinnen zorg geleverd wordt, blijft alles wat buiten die muren gebeurt een randverschijnsel. Dan zijn ze ‘van het ziekenhuis’ en blijft een belangrijk onderwerp als thuismonitoring hangen in de pilotfase: leuk, maar geen essentieel onderdeel van het eigen zorgproces. Is een lab vooral van het leveren van individuele testuitslagen of een dataverwerker waar zorgorganisaties, wetenschappers en farmaceuten betalen voor deze data? Pas wanneer alle zorgprofessionals – van de mensen aan het bed tot de bestuurskamer – helder weten ‘waar ben ik van’, kom je tot de kern van de identiteit van de organisatie en het uiteindelijk doel van dat deel van de zorg. En dat kan anders zijn dan de directe rol die de organisatie op dit moment heeft.

Deze identificatie met ‘waar zijn we van’ heeft al veel organisaties parten gespeeld. Zo miste Nokia de stap naar touchscreens omdat ze trots waren op hun robuuste telefoons met druktoetsen. Hotelketen Hilton zag Airbnb niet als concurrent omdat eigen vastgoed voor hen essentieel was. Het motto Don’t fall in love with your product. Fall in love with your client is in iedere sector behulpzaam: oprecht de gebruiker centraal stellen geeft ruimte voor andere oplossingen. Als we met deze lens naar de zorg kijken, kan dat een grote impact hebben op de digitale transformatie.

Data van jou, data van mij
De digitale transformatie staat of valt bij een heldere visie op data. Essentiële vragen om te beantwoorden zijn bijvoorbeeld: wie is de eigenaar van data die gegenereerd wordt? Hoe en door wie kan en mag deze data ontsloten worden (en hoe is dit beveiligd)? Wat kunnen we eigenlijk met deze data? Vragen die nog niet altijd besproken worden aan de bestuurstafel. Leveranciers van apparatuur daarentegen voeren vaak wel een actieve data-strategie, waarbij deze data door hen zelf gebruikt wordt. Sterker nog, steeds vaker wordt dit de belangrijkste asset van een leverancier en maakt deze gebruik van een eigen platform waar je als klant niet altijd zelf bij kan. Het is daarom essentieel om met een digitale lens de contractfase in te gaan en te weten wat de huidige leveranciers met jouw data doen en wat je er zelf mee wilt.

Voorbeelden komen uit alle sectoren. John Deere tractoren zijn ruim uitgerust met sensoren die data rechtstreeks sturen naar het John Deere platform. Zij gebruiken de gegevens om boeren attent te maken op benodigd onderhoud, maar ook om ‘precisie landbouw-adviezen’ te geven. John Deere weet nu meer over landbouwproductie dan de boer zelf. Hun businessmodel verschuift daarmee: de waarde zit steeds minder in de tractor en meer in de data.
In de olie- en gaswereld is het steeds gebruikelijker dat leveranciers hun pompen continu monitoren en ook onderhouden. Zonder expliciete afspraken is de waardevolle data van zo’n pomp niet beschikbaar voor de gebruiker. Tesla gaat mogelijk het verst: zij worden ‘Big Brother op wielen’ genoemd omdat een Tesla tjokvol met sensoren zit die alle data met Tesla delen en slechts deels met de bestuurder.

Het is niet moeilijk voor te stellen welke data voor de zorgleveranciers allemaal interessant zijn. Niet alleen voor hen, maar ook voor de zorginstellingen zelf. Het gaat niet per se om ‘van wie is wat’, maar om het vinden van de juiste win-win. Ook hier kan een digitale lens inzichten brengen die anders buiten het vizier zouden blijven.

 

Saskia Vlaar is onder andere toezichthouder in de zorg en gaf leiding aan digitale innovatie bij KPN, TNO en Shell. Niels van Tent is partner bij Ebbinge en toezichthouder.

Bron: Zorgvisie.nl, gepubliceerd op: 28-04-2021